Als liefde het uitgangspunt is…

"Me Tarzan, you Jane".

Al meer dan 20 jaar zit ik iedere ochtend braaf te mediteren. “Ooohmmm…. Ik ben niet dit lichaam, het is een instrument dat ik gebruik. Ooohmmmm… Ik ben liefde, alles is mogelijk…” et cetera.
Die momenten van rust zijn mijn redding, want van huis uit ben ik eigenlijk een neuroot. Zodra ik – bij hoge uitzondering – mijn ochtendritueel twee of drie dagen oversla, confronteert het leven mij direct met mijn oorspronkelijke aard: ik word weer zenuwachtig en angstig en projecteer van alles en nog wat op iedere willekeurige passant die zich in mijn buurt durft te wagen. Dus als de wiedeweerga toon ik dan berouw en neem ik mij voor, mijn ochtendritueel nooit meer over te slaan. Op die manier is het een stuk eenvoudiger om mij, als de waan van de dag weer eens toeslaat, de rust en het vertrouwen te herinneren waarmee ik de dag begonnen ben. Puur zelfbehoud.

En toen ging ik eind vorig jaar op vakantie. Naar Cuba, op uitnodiging van een vriendin die is getrouwd met een Cubaan. Bij aankomst werd ik prompt verliefd op zijn broer – wat gelukkig wederzijds was – en nam het leven ineens een heel andere loop dan ik gewend ben. Zomaar!
Twintig nachten lang lag ik, voor het eerst sinds jaren, in de armen van een prachtige man. Ik voelde me gekoesterd en bemind en stroomde zelf ook over van liefde. Weliswaar registreerden mijn ogen en geest enkele onvolmaaktheden – zijn misplaatste bescheidenheid en ja, ook een zichtbaar ontbrekende kies – maar ik besloot gewoon van hem te houden. En dat zei ik hem ook, in mijn beste Spaans: “He decidido de amarte”.  “Muy bien” knikte hij, alsof dit vanzelfsprekend was. Terwijl ik zelf versteld stond van mijn plotseling vermogen, hoofd en hart via een ‘besluit’  te verbinden. Normaal lukt mij dat nooit. Het was voor mij de eerste, bewust gecreëerde ervaring met ‘Love is in the eye of the beholder’.
Geen moment heb ik nog aan mediteren gedacht. Trouwens, ook niet aan mijn yogaoefeningen of aan mijn – eveneens van strikte zelfdiscipline getuigende – dieet. We liepen, sliepen en lachten samen en vertelden elkaar, gestimuleerd door de romantiek van de tropische hitte, ongegeneerd over onze levensloop. Alles ging zó vanzelfsprekend dat ik mij nauwelijks realiseerde, volkomen gelukkig te zijn. Dat besef drong eigenlijk pas tot mij door toen ik alweer in Nederland was, in de donkere dagen voor Kerst vol sneeuw en ijzel, in een zelfgekozen isolement. Ik stond voor de spiegel met mijn trui omhoog kritisch naar mijn te bolle buik te kijken toen ik mij plotseling realiseerde dat ik daar, in Cuba, geen moment aan mijzelf getwijfeld had. En dat daardoor alles had kunnen stromen, zonder verdere analyse van het hoe en waarom. Egoloos, opgaand in het universum en elkaar.

Was het een oppervlakkige vakantieliefde, zoals een vriendin ietwat schimpend concludeerde? Niet voor mij. Voor mij was het een prachtige, verhelderende ervaring waar een nieuw zielenspoor door is ontstaan, zonder zichtbare groef na te laten – alsof God mij heeft gedragen.

Mijn Cubaan heeft nog één liefdesbrief geschreven. Daarin refereerde hij teder aan het moment dat hij mij optilde en in gebroken Engels uitriep: “Me Tarzan, you Jane!” Ja dacht ik, al even teder, “you forty-five and me sixty-one.”  En ook dat is geen probleem. Want ik ben niet dit lichaam… maar wat een prachtig instrument in het gebruik!

[Gepubliceerd in ‘Van Hart tot Hart’, mei 2011]

Comments are closed.