Who the hell is Ome Arie?

Elke ochtend voer ik, meestal gehuld in ochtendjas, de kauwtjes voor mijn deur. Het begon als een geintje – vogelzaad in de aanbieding voor één euro de kilo – maar na een week waren de vogels zó aan hun luxe ontbijtje gewend, dat ze al op me zaten te wachten als ik kreukelig voor het keukenraam verscheen. ‘O ja, de vogels…’ 

Wonderlijk hoe het geheugen werkt. Aanvankelijk dacht ik bij het ontwaken direct aan die leuke gevleugelde vriendjes en verheugde ik mij bij voorbaat al op hun enthousiaste kwetter-orkest. Maar toen de rollen werden omgedraaid en zij ineens het initiatief namen (‘Hé, waar blijft ons voer?’), liet mijn herinneringsvermogen het ter plekke afweten.

Hoe zit dat? Heeft dat iets te maken met oorzaak en gevolg, maar dan in omgekeerde richting?
Aanvankelijk leken die twee moeiteloos samen te vallen, want ‘zonder oorzaak geen gevolg’ en vice versa. Net zoals geven en ontvangen ook één zijn als het goed zit. En ja,  aanvankelijk zat het goed: ik gaf eten, de vogeltjes aten het op en beide partijen waren tevreden. Maar zodra die fladderaars iets van mij gingen verwachten, voelde mijn ‘oorzakelijk’ voeren ineens als een plicht. En dan zijn geven en ontvangen alles behalve een eenheid; dan ontstaat er een hiërarchie. Want de gever voelt zich sterk, heeft de touwtjes in handen en kan ja of nee zeggen. De ontvanger daarentegen is afhankelijk, een slachtoffer, en vindt dat de ‘dader’ zijn plicht verzaakt als die niet bereid is, zijn ‘meer’ te delen. En ja, die kauwtjes kregen inderdaad iets irritants in mijn ogen: zij eisten hun vermeende recht op – terwijl dat vogelvoer allang niet meer in de aanbieding was! Maar tegelijkertijd voelde ik de plicht drukken, of  anders wel de schuld. Liet mijn geheugen me daarom in de steek? Omdat ik eigenlijk liever mijn kop in het zand stak?  Niet ondenkbaar. 

Geheugensteuntje
Wat nu? Die vogels laten barsten terwijl ik ze zag hongeren, voelde ook niet goed. Dus werd het voer kopen, elke week. Want je kind laat je ook niet zomaar liggen omdat je eventjes geen zin hebt. En als geheugensteuntje gaf ik de kauwtjes namen: Piet en Mien, Jo en Ko, Broer en Zus. Dat klonk al een stuk persoonlijker, al hield ik ze eerlijk gezegd totaal niet uit elkaar; voor mij waren ze één pot nat. Net zoals vroeger ‘de Ghanezen’ – tot ik met één van ze verkering kreeg.

In het bos heb ik nooit last van geheugenverlies

Kennelijk hangt de werking van ons geheugen mede van onze emoties af. Het kan verkeren… Zo heb ik in het bos bijvoorbeeld nooit last van geheugenverlies. Nooit! Ik herken de omgeving feilloos, ook al ziet elke dag er anders uit. Nu eens storm dan weer regen, zon of sneeuw, ijle schapenwolkjes of grijze nevelflarden. Veel, geen, of dwarrelende blaadjes. Lichtgroene, donkere of regenboog-natuur. Elke dag etaleert het bos een andere stemming, en meer dan waar ook ben ik mij bewust van ieder levendig detail. Dan verlies ik mij eindelijk even niet in de rusteloze wanen over gisteren en  morgen – iets waar mijn hersenpan zich de rest van de week voornamelijk mee bezighoudt. Bij mijn vrienden bijvoorbeeld – die ik ook feilloos herken – maak ik me wél druk om de veranderingen in hun doen en laten. Zodra ze afwijken van mijn oorspronkelijk concept, pin ik ze vast op vermeende zwakheden en fouten (‘Dit bén jij niet!’). Alsof ze moeten lijken op mijn plaatje van ‘Piet en Mien’, eeuwig en altijd hetzelfde (her)kauw-setje.

Zou ik zoiets ooit van het bos verwachten? Dat het altijd lente was? Welnee, natuurlijk niet, daar verwelkom ik juist alle variaties! Want daar, in het bos, ‘ben’ ik, word ik geademd, word ik gelopen, voel ik mij volstrekt ontspannen in mijn eigen lijf. Hier, nu en nergens anders. Dan ben ik alles ‘kwijt’ zonder ook maar iets te missen. Zelfs mijn geheugen niet.

Veni vidi foetsjie
Het doet me denken aan een man, die ooit te gast was bij ‘De Wereld Draait Door’. Hij had een afwijking, waardoor zijn geheugen slechts 48 uur stand hield, daarna was alles weer foetsjie. ‘Hoe is het mogelijk dat u desondanks zo vrolijk en gelukkig lijkt?’ vroeg presentator Matthijs oprecht verbaasd. Maar waar de man zelf zijn schouders vragend ophaalde, had ik ‘m  zó kunnen vertellen hoe het zat: zonder geheugen krijg je geen kans om je wrok te koesteren, vergeet je dat je ooit problemen hebt gehad. En ja, dan leef je toch in de Hof van Eden? Want wie vergeeft, is vrij. Maar wie niks te vergeven heeft,
is nóg vrijer!

Zonder geheugen krijg je geen kans om  je wrok te koesteren

Oké, die afwijking gaf wel de nodige rompslomp, want elke morgen moest de man eerst lezen wie hij was, met wie hij getrouwd was en hoe zijn eigen kinderen heetten. Maar ach, je tanden poetsen, je korset aantrekken of je haar foamen en föhnen geeft net zo goed gedoe!
Desondanks zat deze man bij wijze van spreken dagelijks in het bos, daar waar wij plegen te tobben met onze ideeën over Piet en Mien. 

Willekeur
Ook de willekeur van onze herinneringen intrigeert mij. Mijn moeder, 86 inmiddels, weet nog  precies welk jurkje ik aan had op mijn twaalfde verjaardag, of welke foute opmerking ik 40 jaar geleden maakte tegenover Ome Arie (Who the hell is Ome Arie?). ‘Wéét je dat niet meer?’ roept ze dan verbijsterd uit, en soms doe ik dan maar net of het vagelijk nog iets oproept. Want ik zal toch verdorie niet vergeetachtiger zijn dan mijn moeder? Een fnuikende gedachte…

Een beetje professor móét wel verstrooid zijn

Tot ik laatst een artikel las, dat mijn angst in elk opzicht verlichtte. Wat blijkt? Hoe meer wij in staat zijn te vergeten, hoe beter ons werkgeheugen functioneert. Sterker nog: ons brein is er doelbewust op ingericht, zoveel mogelijk te vergeten; anders zouden we gek worden van alle overbodige informatie. Hoe intelligenter we zijn, hoe meer wij in staat zijn te vergeten. Ofwel: een beetje professor moet wel verstrooid te zijn. Einstein wist zelfs een keer zijn eigen naam niet meer!

Hoog tijd dus om mijn hersenen met emeritaat te sturen. Want om dat ‘werkgeheugen’ zit ik ook niet echt verlegen – die kauwtjes roepen mij heus wel tot de orde als dat nodig is. En mocht mijn (inmiddels dus wetenschappelijk bewezen!) intelligentie toch meer op wishful thinking dan op realiteit berusten, dan nóg viert de opluchting hoogtij. Want zeg nou zelf: zorgeloos dement worden – is er iets mooiers denkbaar?  Vergeten en vergeven zijn één!

Emma Veenstra [Gepubliceerd in …van hart tot hart…, augustus 2014]

 

 

Comments are closed.