Schot in de (Kerst)roos

Nee, nu even serieus! In dit decembernummer ga ik natuurlijk niet coûte que coûte lollig zitten wezen. De Kerstmaand is juist een tijd voor reflectie; voor het zoeken naar antwoorden op de prangende vraag: Waartoe zijn wij hier op aarde?
Het antwoord van een Moslim, atheïst of Hindoe zal natuurlijk anders luiden dan dat van een Jood, Christen of ‘Anders Denkende’, zoals dat in moderne termen heet.
Moslim: “Wij helpen Allah met zijn maagden in ‘t Walhalla”.
Atheïst: “Pffft… Doe mij maar een hamburger”.
Hindoe: “Lees de Kama Sutra en het Paradijs kan u niet meer ontgaan”.
Sam: “Leg jij alles even uit, Moos?” Moos: “Oké, wat schuift dat?”
Christen: “Wij geloven in wonderen: Jezus liep over water!”

Anders Denkende: “Wij gelóven niet in wonderen, wij zíén ze, overal! Hoe zou je anders kunnen ademen, of zelfs maar kunnen dénken?”

Persoonlijk vermoed ik dat wij tuinders, generaliserend gesproken, nog het meest verwant zijn met de Anders Denkenden. Waarom? Omdat tuinders óók allerlei wonderen zien: de wonderen der natuur! Wat zich allemaal in ons tuintje afspeelt binnen één enkel seizoen, dat valt met geen pen te beschrijven – gratis en voor niks!
De pech is wel, dat juist de essentie van dit ‘wonder’ niet in woorden te vangen is. Want woorden verwíjzen alleen maar naar zaken; ze zijn nooit het zaakje zelf. Het woord ‘tuin’ is iets heel anders dan hoe wij de tuin zintuiglijk ‘beleven’. Maar dat vergeten de meeste mensen. En zo gaan praatjes een eigen leven leiden. Vooral politici en andere snelle babbelaars geloven eerder in hun eigen argumenten dan in de realiteit. Daarom is het ook zo moeilijk om machthebbers, die het leven slechts weten te vertalen in euro-tekentjes, uit te leggen wat écht van waarde is.

Calimero of David?
Maar wie willen wij zijn: de kleine, zielige Calimero of de brutale, Bijbelse David, die met één rake worp de reus Goliath wist te verslaan? Ik kies voor David. Want één enkel, goedgericht schot kan wonderen verrichten.
Mijn tante Ave weet daarover mee te praten. Laatst bracht ze haar dochter naar de huisarts, omdat de buik van mijn nichtje nog harder groeide dan het onkruid in haar volkstuin.
“Uw kind is zwanger!” constateerde de dokter laconiek.
Mijn tante reageerde woedend. “Belachelijk, onmogelijk! Maria heeft nog niet eens een vriendje!” De huisarts keek uit het raam en zweeg. Dat beviel mijn tante nog minder. “Ik eis een deugdelijke diagnose”, bitste ze.
“Rustig”, suste de dokter droogjes, “we zullen zien. Volgens mij is hier sprake van een schot in de roos. Maar voor het geval ú gelijk heeft, zit ik nu op de uitkijk. Want de laatste keer dat dit wonder geschiedde, verscheen er een grote ster aan de hemel en kwamen er drie wijze mannen op af.”
Toen bewees mijn tante, ook een Anders Denkende te zijn. “Drie wijze mánnen?” riep ze honend uit, “ha! Een dokter die gelooft in sprookjes…”
Vrolijk Kerstfeest allemaal!
Drie onwijze mannen Kayo 001

(Gepubliceerd in het verenigingsblad van De Federatie nr. 3, december 2015)

Comments are closed.