Power!

Tegenover mij in de metro neemt een mager, breekbaar mannetje plaats. Naast hem ploft een jonge man neer, vertrouwd-onbehouwen. Zijn zoon, schat ik in.

Het fragiele mannetje kijkt onverbloemd ongelukkig. Met verkleefde angst schuilt hij in een veel te ruime jekker. Doorgaans groeien mensen uit hun jasje, maar dit gevaarte lijkt zijn drager te overrulen, alsof de menselijke inhoud is gekrompen in de was. Schraal en weggeteerd hangen de stokkerige armen zwakjes in de stoere mouwen, als een vogelverschrikker waarvan de spijkertjes het dreigen te begeven.

Vervlogen dromen 
De zwarte jekker oogt stoer, hij is van zwaar gelooid, dik leer.  “Honda. The power of dreams” staat er in schreeuwend rode letters op gedrukt. 
De dromen van de afgebrokkelde inwoner moeten inmiddels wel vervlogen zijn. Wat rest zijn twee donkere kraaloogjes, net boven de kraag uit torenend, omhoog geduwd door een kippennekje, die nu schichtig rondkijken als een vogeltje dat zich buiten eigen terrein heeft gewaagd.

“We zijn er ouwe,” zegt de jonge man. Ja, het moet zijn zoon zijn, die nu opstaat en vast naar de uitgang loopt.
Onzeker, broos, trekt het mannetje zichzelf overeind en valt bij de eerste stap struikelend naar voren, omdat de metro net gaat remmen. Zijn zoon kijkt nadrukkelijk een andere kant op. En staat allang op het perron als pa, nog nipt op tijd, de uitgang weet te halen. Power, man!

Comments are closed.