Opkwikkertje

Kwik. Had ik misschien teveel kwik in mijn bloed? Om dit gevaar met het oog op een ingreep bij de tandarts ‘uit te sluiten’, moest ik niet alleen bloed laten prikken maar ook 24 uur lang mijn urine opsparen. Het prikje was zo gepiept, maar de inzamelactie van mijn vloeibare excerpten stuitte op problemen, omdat ik elke dag wel wát in mijn agenda had staan. Uiteindelijk leek de minst belastende oplossing mij, om de forse, van ziekenhuiswege verstrekte plastic vijfliter-pot in donkerbruine uitvoering met gele draaidop (type jaren zestig) mee te nemen op de dag dat ik alleen een bestuursvergadering  had met hooguit negen deelnemers.

Boterkoek
Discreet vermomde ik de pot als ‘volle boodschappentas’ van C1000. Mijn schrijfblok paste er nog net bij, evenals het restant van de boterkoek die een vriendin de avond tevoren had meegenomen maar die ik heimelijk niet lustte. Ideaal om de bestuursleden  mee te verrassen als opkikkertje! Ter compensatie van het huisvrouwenimago dat de combinatie van supermarkt-tas & boterkoek mogelijk opriep, trok ik mijn zakelijkste mantelpakje aan. Rood, de kleur van Leiderschap.

Onze bijeenkomst verliep voorspoedig, al meende ik onder mijn medebestuurders iets meer afstandelijkheid te bespeuren dan normaal. Dit ondanks een keur aan ter zake doende opmerkingen mijnerzijds, gelardeerd met subtiele spitsvondigheden, al zeg ik het zelf.
Ik dronk bewust weinig koffie en thee. Dankzij deze zelfdiscipline wist ik een omslachtige (want noodzakelijkerwijs met C1000-zak gepaard gaande) toiletgang te vermijden. En zo kon ik na afloop zonder verdere complicaties met mijn voor een kwart gevulde vijfliter-pot opgelucht huiswaarts keren.

Nattigheid
Pas onderweg van het metrostation naar mijn aldaar geparkeerde fiets voelde ik voor het eerst nattigheid. Letterlijk en figuurlijk. Er sijpelde iets langs mijn broekrok, ondanks een wolkenloos hemeldak. Voorzichtig voelde ik aan mijn plastic boodschappentas. De pot stónd niet meer, hij lág. Zo licht als een luchtbed. Ik schudde er voorzichtig aan: geen enkel klotsje. De pot urine was he-le-maal leeg gelopen. Maar waar? Wanneer? En hoe? De schrik (of was het de kwik?) sloeg mij om het hart. Bibberend bracht ik toch de moed op, ook even in de zak te voelen. Mijn schrijfblok was doorweekt. En wat lag daar nou naast? Ojee, de vergeten boterkoek. Nog een geluk bij een ongeluk!  Want stel je voor dat ik die koek op tafel had gezet… Dat had de afstandelijkheid van mijn collega’s zeker niet verkleind.
Hooguit wel nader verklaard.

Comments are closed.