Mijn eerste verhaal

Oktober 1960. Tien jaar was ik,  toen  Meester Straatman van de vijfde klas lagere school ongevraagd maar enthousiast een opstel van mijn hand in de schoolkrant zette. Mijn eerste publicatie! Het stimuleerde de droom die ik toen al had: schrijver/journalist worden…

Schoolzwemmen
In de Kennemerduinen, achter het winkeltje van Polly Egel, lag de school van juffrouw Haas. Het was maar een kleine, eenvoudige school die van bladeren, takken en mos was gemaakt. De banken waren gewoon hoopjes bladeren en de tafeltjes waren heuveltjes zand. Maar al was het een eenvoudige school die lekte bij het geringste buitje, gezellig was het er wel!  De kinderen hadden de grootste pret, omdat zij knapper waren dan de juffrouw, die zei dat twee appeltjes en één peertje samen drie worteltjes was.

Maar vandaag ging er iets bijzonders gebeuren! De kinderen kregen voor het eerst schoolzwemmen! In het Spartelmeer. Dat was me wat. Iedereen had zijn badpak bij zich en een handdoek, om je na het zwemmen af te drogen. Knijn Konijn had zelfs een worteltje voor de honger meegenomen. Allen waren in de beste stemming , alleen Pietje Veldmuis keek een beetje sip, omdat hij bang voor water was.

Zodra  het Spartelmeer in zicht kwam, begonnen de leerlingen er naartoe te hollen. Zelfs de juffrouw kon zich niet bedwingen en rende alsof haar leven er van af hing. Bij de kleedhokjes, die gemaakt waren van planken, stond badmeester Fazant al op de klas te wachten. Zodra de kinderen om hem heen geschaard stonden, wees hij hun hun kleedhokjes. Juffrouw Haas kreeg het mooiste hokje, omdat badmeester Fazant op slag verliefd op haar was. Hij vroeg haar meteen ten huwelijk, maar jammer genoeg was de juffrouw al getrouwd met één van haar soortgenoten. Dat vond de badmeester natuurlijk naar, maar hij vroeg haar toch (ietwat verlegen):  “Ahum, eeh… mag ik U dan wel een klein kusje geven?””Vooruit”,  zuchtte de juffrouw, “maar een kleintje hoor!”
“Natuurlijk”, zei de badmeester verrukt, en hij gaf haar een klein kusje dat vijf minuten duurde. Toen verdween de juffrouw in het badhokje, en de badmeester ging naar zijn leerlingen, die allang klaarstonden en al die kusserij hadden gezien.
Zodra Meester Fazant er aan kwam, sproingen de dierenkinderen in het water. De meester pakte z’n luidspreker, boog voor de dieren en hield een toespraak.
“Geachte dierenkinderenleerlingen. Het is mij een groot genoegen U allen rond te zien ploeteren in het badwater, als U begrijpt wat ik bedoel. Ahum. En daarom zal het voor mij een eer zijn U les te geven. Ik begin: armen spreiden, sluiten, intrekken. Tegelijkertijd moet U….” Maar de badmeester kon zijn gedachten er niet bijhouden, omdat hij nog steeds aan dat kusje dacht, en daardoor lette hij niet op de kinderen. Zo kwam het dat hij niet merkte, dat Prikky Egel stiekem wegsloop uit de groep dierenkinderen. Want die eigenwijze Prikky Egel dacht: “Ik kan al zo goed zwemmen, dus waarom zou ik niet naar het diepe gaan?” Hij glipte naar het diepe bad toe,  sprong erin en riep luid om hulp: “Help!  (bloeb, blub, gorgel) Ik ver(slik)drink!”
De juffrouw hoorde het hulpgeroep en snelde het badhokje uit. Dat was Prikky’s redding. De juffrouw sprong naast Prikky in het water en trok het half bewusteloze egeltje er uit. Alles was in rep en roer. Prikky stamelde nog wat onverstaanbaars en verloor toen het bewustzijn.
Nú pas schrok de badmeester op. Zodra hij het drenkelingetje zag, snelde hij toe, of beter gezegd: snelde hij weg, om de ‘brancard’ te halen. Die brancard was eigenlijk gewoon een plank, maar in ieder geval: het was er een.
Al zijn krachten inspannend sleepte badmeester Fazant de brancard naar de drenkeling toe.  Met z’n allen tilden ze Prikky op de plank en droegen hem naar de koffiekamer, waar zachte banken van bladeren waren.

Toen Prikky bijkwam, stonden er een heleboel dieren om hem heen met bezorgde gezichten. De ouders van het egeltje waren gewaarschuwd en stonden er ook bij. Toen moeder Egel zag, dat haar lieve zoontje nog leefde, huilde ze van blijdschap. Ze nam haar lievelingetje in haar armen en stamelde: “Prikky, mijn lieve Prikky!”Ook vader Egel nam Prikky in zijn armen, maar die zei al gauw: “Vlug naar huis toe”, en het drietal stapte in de loopauto en reed naar huis.
De anderen gingen weer door met zwemmen, maar nu mochten ze vrij zwemmen, want niemand kon zijn gedachten er meer bij houden.
Voldaan gingen de kinderen toen het tijd was naar huis. Het was toch fijn geweest, ondanks de bibberatie die Prikky hen bezorgd  had.
EINDE

Comments are closed.