Liefde: honderd punten!

Toegegeven, even heb ik gedacht: ‘dit had ik nooit moeten doen,’ inclusief tranen met tuiten. Maar achteraf bleek mijn spontane, zij het mislukte onderneming toch weer een wijze les op te leveren. Of nee, eigenlijk drie: ‘hoogmoed komt voor de val’, ‘wat je zegt dat ben jezelf’ en ‘de kern van ons wezen is liefde’.

Ruim tien  jaar heb ik nu een vrije relatie met Kenneth, een knappe, zwarte man. De verhouding beperkt zich voornamelijk tot het bed, maar laatst stelde Kenneth voor, samen een weekje naar Tenerife te gaan.

Kayo 8

Nee, géén Kenneth, dit is mijn zoon Kayo! Wel qua uitstraling net zoiets: knap, viriel, getint – kortom: onweerstaanbaar!

Nu besef ik terdege dat zelfs de meest warme en trouwhartige vriendschappen kapot kunnen slaan op één weekje ‘op elkaars lip zitten’, maar desondanks stemde ik blij verrast in. Een leuk experiment leek het mij, te zien in hoeverre we ook buiten het bed zaken met elkaar gemeen hebben.
Bar weinig, weet ik inmiddels. En eigenlijk wist ik dat allang. Maar ik weet ook, dat mijn verstand niet altijd de beste raadgever is. Mijn meest puike besluiten ontspruiten veelal aan onlogische impulsen die ik, als het goed uitpakt, trots ‘mijn intuïtie’ noem en als het resultaat tegenvalt ‘een kleine vlaag van verstandsverbijstering’.  De waarheid ligt meestal in het midden.

Zo ook met Kenneth. In bed is hij de Romantiek zelve, buitenboord overheerst zijn prozaïsche kant. Zijn aai wordt een mentale mep, zijn glimlach meer een grimlach. Als rasechte Schorpioen verschanst hij zich in een onneembare vesting van verdediging en aanval, wat tot uiting komt in miezerigheden als ‘die tv is te klein’; ‘er zit een haar in mijn soep’ of ‘wie niet voor mij is, is tegen.’ Is hij de vleesgeworden dualiteit of het standaard product van een machocultuur? In elk geval doe ik alles fout en heeft hij altijd gelijk. In zijn ogen dan. Waar ik bloemetjes en bijtjes bespeur, ziet hij een strijdtoneel, waar elke partij slechts eigen belangen nastreeft. En dus is hij op zijn hoede, altijd. Behalve in bed. Dan zoemt ook hij als een bijtje.

Zelfoverschatting
Wist ik niet dat hij zo was? Natuurlijk wel! Maar vanuit mijn comfortabele positie als beminde vrijgezel verbeeldde ik mij in staat te zijn, zijn neigingen (door mij als ‘angst’ geïnterpreteerd) uitsluitend liefdevol te bejegenen of, sterker nog, te kunnen overstijgen onder het motto: ‘voor ware liefde hoeft er maar één van de twee een Wijs Mens te zijn’.
Ik dus. Ik was bereid naar het licht in hem te kijken en niet naar dat rare motiefje in zijn lampenkap.

Het verwachte vlekkeloos geluk vertoont her en der toch scheurtjes…

Een fatale vorm van zelfoverschatting, zo blijkt al snel: binnen drie dagen vechten we elkaar de tent uit. Gelukkig blijven onze vrijpartijen onbelemmerd doorgaan, maar het verwachte vlekkeloos geluk vertoont her en der toch scheurtjes… Terwijl mijn vriendinnen nog zó hebben meegedacht om van deze reis een ultiem succes te maken.  Zo was het Mia’s idee om geurkaarsjes mee te nemen, en heb ik de cd’tjes met sfeermuziek aan Elise te danken. Margaret kwam zelfs met het geniale voorstel, de 
AH-principes bij me te steken, om zo bij het dagelijks ontbijt naast brood ook telkens een mooi thema aan te kunnen snijden.

De muziek en de kaarsjes komen bij het minnen goed van pas. De AH-beginselen daarentegen blijken minder aan Kenneth besteed. Als ik ’s morgens suggereer er eentje voor te lezen zegt hij strak: ‘Hee, hállo, ik ben hier voor mijn plezier hoor!’

Scrabbelen
Scrabbelen 2Eén interesse hebben we gelukkig gemeen: scrabbelen! Terwijl onze medegasten zich vermaken aan de rand van het zwembad, zitten Kenneth en ik in de schaduw achter het letterbord. De eerste partijen verlopen best aardig, al kan hij slecht tegen zijn verlies. Maar naarmate ik meer zicht krijg op wat ik zie als zijn ‘afknijp-gedrag’ buiten het bed, ontdek ik tot mijn ontzetting, dat die neiging zelfs op het bord onverbloemd tot uiting komt!
Wie het scrabblespel kent zal begrijpen, dat we voor de punten gaan – uiteraard. Een rood of donkerblauw vakje is mooi meegenomen. Maar persoonlijk wil ik ook graag bevlogen kunnen spelen. Het geeft me een kick als de woorden goed verspreid over het bord liggen, aldus openingen biedend voor verrassend, creatief taalgebruik. En als dat de tegenstander kansen oplevert? Het zij hem gegund: moge de beste winnen!

Kenneth daarentegen blijkt niemand iets te gunnen. Snijdt desnoods zichzelf de pas af als hij denkt zo te kunnen voorkomen, dat een ander zijn slag slaat. Het spel loopt dan ook onmiddellijk vast. In zijn ijver de tegenpartij onderuit te halen, maakt hij klonterige propjes van knullige kreten zoals ‘ze’, ‘de’,’ co’ en ‘sic’. Ik kan geen kant meer op! Hij zelf trouwens ook niet – lekker puh! De puntentelling blijft ook veel lager steken dan bij mijn gebruikelijke aanpak, die vindingrijkheid stimuleert en mooie kansen biedt om woorden aan te vullen, zoals wenk-brauw (36 punten), keer-kring (29 punten) of dubbel-op (30 punten)!

Toetje van eigen deeg
Toch is het pas ‘s avonds in een restaurant, dat ik publiekelijk ontplof. Het is tot daar aan toe, dat Kenneth kniesoort over zijn vis die, in plaats van aan één stuk, geserveerd wordt in drie moten. Maar als hij vervolgens drie verschillende obers aanspreekt op het feit dat het verkeerde toetje is opgediend en hij desondanks niet ingaat op hun aanbod, de fout te herstellen,  dan heb ik het gehad. ‘Wat zit jij die mensen nou af te zeiken?’ roep ik veel te luid. ‘Je kan @#% toch een ander toetje krijgen? Maar nee, jij wil per se vasthouden aan je rol van slachtoffer!’
‘Slachtoffer?’ zegt hij niet begrijpend. ‘Welnee, die mensen moeten gewoon weten dat ze een fout hebben gemaakt.’
‘‘ Ja, en dat maar liefst drie keer!’ bulder ik, totaal over de rooie. Mijn hartgrondig ‘BAH!’ echoot nog lang na…

Zwijgend lopen we terug naar ons appartement. Ik ben hier helemaal klaar mee. Ik wil naar huis! Eenmaal binnen smijt ik mezelf op het bed in de slaapkamer en huil ik het hele doosje tissues leeg.
Alleen, waar ben ik nu eigenlijk zo van overstuur? Ik begrijp het zelf niet. Ik kan Kenneth wel schieten, zeker, maar tegelijkertijd welt er een diep, ver weg gestopt verdriet op, dat niets met hém te maken heeft. Een oer-gevoel uit mijn jeugd van niet begrepen worden, van machteloosheid en afscheiding. Waardoor ik net zo tekeer ben gegaan tegen Kenneth als mijn moeder vroeger tegen mij. Autsch!

Andere taal
Wanneer de vloed aan emoties weer enigszins is weggeëbd, loop ik timide naar hem toe. Hij ligt rustig te lezen op de bank. ‘Kenneth’, zeg ik en pak zijn hand, ‘in bed hebben we elkaar helemaal gevonden, dat kan gewoon niet stuk.’ Hij knikt instemmend. ‘Maar daarbuiten… spreken we een totaal andere taal.’ Hij blijft knikken. ‘Nu kunnen we doorgaan met bekvechten (wenkbrauw omhoog: ‘we?’), maar we kunnen de verschillen ook aanvaarden en dankbaar zijn voor wat we wél samen hebben’.

Liefde is...Hij is het er helemaal mee eens en we omhelzen elkaar, nauwelijks minder innig dan normaal. Sterker nog: die avond vrijen we de sterren van de hemel, uren lang, in golven van totale overgave, gutsend van het zweet en volkomen vrij. Ik heb me zelden zó verbonden, zo teder en tegelijkertijd zo weerloos gevoeld.
De volgende ochtend zeg ik, ogenschijnlijk losjes: ‘Hindoes geloven, dat we via het bedrijven van de liefde tot verlichting kunnen komen. Daar is de Kama Soetra op gebaseerd. Ik begin te geloven dat het waar is.’
Kenneth kijkt me liefdevol aan (net als ik eigenlijk zeggen wil: ‘jammer dat het bij ons niet beklijft’) en antwoordt simpelweg: ‘dat weet ik allang’, zonder een spoor van ego. Dan zwijgt hij, maar in zijn ogen lees ik: ‘wij zijn voor elkaar gemáákt – maling aan jouw betweterigheid en mijn Schorpioenen-schulpje. Wij zijn Mars en Venus. En zolang we maar genoeg afstand bewaren -een afstand die ons voor de destructieve kant van de passie behoedt- gaat het allemaal prima. Vrijheid, blijheid.’
En hardop zegt hij: ‘misschien gaan we nóg wel een keer op stap, zo samen.’

Universele liefde
Thuis gekomen vertel ik het verhaal in geuren en kleuren aan mijn empathische vriendinnen. Ze reageren opvallend eensgezind: ‘hoe kan je nou vrijen als je ruzie hebt?’ En ik zeg je: dat staat er helemaal los van. ‘Maar dat is toch onpersóónlijk?’ roept Mia uit.
Nee, alles behalve dat. Ik ervaar het als universeel. Want op het moment van ultieme overgave vraagt een Kenneth  zich niet af of zijn haar wel goed zit, en zit een Emma niet te zeuren over die hinderlijke vet-plooi (33 punten!). Want dan zitten we in de kern van ons wezen: liefde. En daar kan heel wat lampenkapgedoe tegenop.

Emma Veenstra

[Gepubliceerd in ‘Van Hart tot Hart’, november 2014 nr. 4]

Comments are closed.