Het nut van mannen

[Doelgroep:  de ‘Federatie voor Amsterdamse Amateurtuinders’. Verschenen in het verenigingsblad van mei 2013 ]

Nu ik, dankzij een gestage afname van  mijn werk, eindelijk meer tijd krijg om in mijn volkstuintje te wieden, blijkt ook mijn fysieke kracht danig afgenomen te zijn. Bukken, schoffelen, mesten, maaien… het kost me meer moeite dan ooit tevoren. Mijn buurman verzucht meewarig: “het lijkt wel een werkkamp.”

Maar ik laat mij niet kisten! Alle rug- en andere pijntjes ten spijt zet ik door: de rozen moeten gesnoeid, de heggen geknipt, zaden gezaaid, de keukenkastjes in mijn huisje gesopt en ook de nieuwe geiser wil ik liefst zelf installeren.

Tussen alle drukte door komt mijn goede vriend Ben langs. Hij heeft zijn oog laten vallen op een paar van mijn planten, vanwege zijn eigen (stads) tuintje. Mag hij misschien…? Natúúrlijk, mits hij zijn uitverkorenen zelf komt uitgraven.

Dat doet hij. Samen laden we de kruiwagen vol. Voor vertrek kijk ik nog even in mijn brievenbus. Zou het nieuwe clubblad er al zijn? Nee, dat niet. Maar wel… een dreigende boete!! Wie had dat gedacht na alle moeite, pijn en snoeipartijen? Bericht van de tuincommissie: de ‘torenhoge coniferen’ moeten tot manshoogte worden teruggebracht – en ik heb nog maar zes dagen de tijd! Oeps, dat red ik nooit…

Vriend Ben ziet mijn verbouwereerdheid en biedt spontaan aan, de dag voor de ‘deadline’ te komen helpen. Normaal vraag ik nóóit om hulp, maar in dit geval grijp ik zijn aanbod met beide handen aan.

Oververhit
Hij zal zich vrijdag tegen twaalven melden. Om half elf begin ik vast, want ik betwijfel of het anders allemaal wel klaarkomt.
De eerste klap is een daalder waard! Hoewel? De handzaag blijft steken. En de elektrische zaag komt ook niet ver, ondanks veel stoom, geraas en verontrustend brand-aroma. Maar ik geef niet op! Klokslag twaalf treft Ben dan ook niet alleen een oververhitte machine, maar ook een oververhitte vrouw aan, bezweet neergezegen naast anderhalve stam aan overwonnen conifeer.
“Laat mij maar even” zegt hij stoer, en ik verschuil mijn uitputting achter het excuus, ‘even een bakje koffie’ te zetten.
Een half uur later liggen alle stammen op één hoop. Ernaast staat een fris ogende Ben. Nee – hoe kan dit???!!!!  Dit is een aanslag op mijn laatste restje zelfvertrouwen!

Eigenwijs
Enkele dagen later komen twee vriendinnen langs: de één getrouwd, de ander met een LAT. We nemen onder een wijntje het nut van hele, halve en niet-relaties door. Conclusie: het is lood om oud ijzer. Wie géén man heeft denkt soms: ‘ik wou dat ik er eentje had’. Wie er wel één heeft denkt meer: ‘ik wou dat-ie ‘s opdonderde’.
Aanvullend weetje: ze zijn allemaal eigenwijs; mannen weten alles beter. Hoe de dop op de tandpasta moet, en ook wat je verder nog fout doet.

Ik denk terug aan die vrijdagmiddag. Weliswaar heb ik Ben gul mijn dank betuigd, maar hij smeet die boomstammen wel érg achteloos over mijn kwetsbare hortensia’s heen. “Ach, daar kunnen ze wel tegen”,  smoorde hij mijn paniekreactie. Ook mijn suggestie, de bomen nog een keer door te zagen om ze passend te maken voor de tractorkar die ze op zou halen, wuifde hij achteloos weg. “Ze kunnen ook zo wel mee”.
Ik breng mijn verhaal naar voren. “Wat een eigengereidheid hè?” De bijval van mijn vriendinnen valt tegen. “Zijn je hortensia’s echt geknakt?” Eeeh… niet echt nee. “En die bomen?” Die pasten uiteindelijk ook zó op de kar.
Triomfantelijk heffen ze het glas: op de mannen! Want hoe bokkig de heren ook kunnen zijn, ze hebben wel degelijk nut – zolang je ze soms maar hun gelijk gunt.

 

Comments are closed.