Grabbelton Rubriek

In de Grabbelton Rubriek kun je regelmatig nieuwe invallen, losse flodders  en aardige vondsten vinden. ‘Leuk’ en ‘lullig’ door elkaar. De meest recente erupties komen bovenaan te staan.

Lol
[Bij de tramhalte]
“Eigenlijk vind ik het wel gek. Toen ik op Facebook liet weten dat mijn kat was overleden, kreeg ik honderden reacties van medeleven. Maar als ik één of ander  succesje meld, hoor ik van bijna niemand iets.”
“Logisch: als je verdriet hebt kunnen mensen iets voor je betekenen, dan willen ze je helpen. Met succes kunnen ze niks.”
“Oh, op zo’n manier. Nou, dan moet ik ze die lol maar gunnen.”
[Gepubliceerd in Trouw op 20 oktober 2015 als  Opgetekend gesprek]

 

Perfecte match

[In de bus]
“Hé kerel, hoe is het met jou?”
“Knap waardeloos.”
“Hoe dat zo? Onkruid vergaat toch niet?”
“Nou, gisteren ben ik anders zo ongeveer uitgeroeid. Dat kwam, ik had een afspraakje, hè,  via zo’n dubbeldate-site. Leek me best een leuk typje, er zat alleen geen foto bij.”
“Hmmm… risky!”
“Zeg dat wel! Kom ik daar mijn eigen vrouw tegen. Dus ik zeg: wat doe jij hier?  Zegt zij: ‘Ik heb een date. Met jou! Want  ik had mijn foto er wél bij gezet.”
“Zo! Dan passen jullie kennelijk goed bij elkaar.”

Alleen
[In het park]
“Zo, ook lekker aan de wandel?”
“Ja, inderdaad.”
“En dat helemaal alleen?”
“??”
“Ik bedoel: geen hond!”
“Oh nee, geen hond.”
“En ook geen man zeker?”
“Ja, dát wel.”
“O ja? En waar mag die dan wel wezen?”
“Op z’n werk!”
“Ah, op die manier. Ja – nee – ja, dan houdt het op!”

Geheim
[bij een uitspanning]
“Goedemorgen! Bent u al open?”
“Nee, en we gaan niet open ook: het is maandag.”
“Ojee, ojee. Zou ik dan toch, heel misschien, eventjes naar het toilet mogen? Ik heb een lange wandeling achter de rug.”
“Ja hoor, dat mag. En dan krijgt u van mij ook nog een kopje koffie – als u het maar niet verder vertelt.”
“Echt waar? Wat geweldig! En mag ik dan ook gewoon buiten zitten of valt dat te veel op?”
“Nee, haha, dat mag ook. En mevrouw… hallo mevrouw? U hoeft echt niet te bukken hoor!”
…… (even later)…
“Nou, het was vurrukkulluk. Wel jammer dat het geheim moet blijven. Hoeveel krijgt u van me?”
“Vandaag kost het u niks.”
“Tjee, en dan zit u ook nog opgescheept met de afwas – mijn dag is helemaal goed!” 

Borrelpraat

[In de kroeg]
“Ik geloof er niet meer in, in die politicologen van tegenwoordig.”
“Je bedoelt zeker politici?”
Whatever, het is toch allemaal één pot nat!”
“Nou… hoho! Iedereen kan politicus worden, maar een politicoloog heeft ervoor gestudeerd.”
“Dat bedoel ik: allemaal één pot nat.”
[Gepubliceerd in Trouw op wo 9 april 2014 als ‘Opgetekend gesprek’]
Wonderkind
[In de huiskamer]
“Hee moppie, moet je nou eens horen: die dochter van ons is geniaal! Ze zei maar liefst drie keer achter elkaar het woord ven-ti-la-tor.”
“Neeeee, dat geloof ik niet!”
“Ja echt waar, drie keer, vier lettergrepen! Luister maar: hee Jessy, zeg nog eens  ven-ti-la-tor tegen papa?”
“Papa!”
“Nee, ven-ti-la-tor, dan gelooft mama het ook.”
“Papa!”
“Nee nee: ven-ti-la-tor. Ven-ti-la-tor.”
“Pa-pa-pa-poep!”
“Nou Henk, dat zijn in elk geval vier lettergrepen.”

Lucht
[Buiten op een bankje 1]
“Mag ik naast u komen zitten?”
“jaja, jaja…”
“Volgens mij zit u hier wel vaker, hè?”
“Ik wóón hier!”
“Ah, u bent dakloos, begrijp ik.”
“Zo noemen ze het.”
“U niet dan?”
“Luister! Wat is een huis? De muren? De muren zijn je huis niet. De lucht tussen de muren, dát is je huis. De lucht, tot aan het dak. Dus zonder muren, zonder dak, heb ik het grootste huis van de hele wereld, hahaha… En iedereen is welkom hoor.”
{Gepubliceerd in Trouw, vrij 28 februari 2014, als ‘opgetekend gesprek’)  

Geluk
[Buiten op een bankje 2]
“Hé hallo, daar bent u weer. Ga zitten, ga zitten.”
“Dank u, hoe is het met u?”
“” Uitstekend, uitstekend.”
“Toch vraag ik me iets af hè? Hoe komt u nou aan eten, zo als dakloze… Bedelt u dan om geld?”
“Geld? Nee, daar heb ik niks mee. Geld is een verbeelding, een digitale fantasie.”
“Maar de wereld draait er op!”
”Ja, lachen hè? Als niemand nog in geld geloofde, was iedereen rijk.”
“Maar hoe komt u dan aan eten?”
“Gewoon. Ik zeg: ik heb honger. En dan geven de mensen graag. Geven is geluk!”
“Geen zorgen?”
“Geen zorgen voor morgen. En ik eet lekkere dingen hoor. Vooral veel bananen.”
[Gepubliceerd in Trouw op di 18 maart 2014 als ‘opgetekend gesprek’]

Nummertje trekken
[In de apotheek]
‘Nummer 163!’
‘Ja, ik heb hier een recept dat ik steeds mag komen herhalen, maar dat staat niet in uw keuzemenu!’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Nou, je kan drie soorten nummertjes trekken: ‘Ik kom net van de dokter’, ‘ik kom een besteld recept afhalen’ of  ‘ik wil iets kopen zonder recept’.
‘En?’
‘Maar ik kom niet van de dokter en ik heb mijn recept ook niet eerst besteld. Dus welk nummertje moet ik dan trekken?’
‘Gewoon, alsóf u van de dokter komt.’
‘Maar dat staat er toch niet?
‘Nee mevrouw, maar het is wel logisch!’
‘Nou, ik vind het niet logisch, want ik kóm helemaal niet van de dokter.’ 

Lentebewijs
[Op een buitenterras]
“Heerlijk hè, dat zonnetje.”
“Ja, je zou zweren dat het lente wordt.”
“Maar het wórdt ook lente, denk maar niet dat er nu nog winter van komt.”
“Nou, het is pas februari, er kan nog van alles gebeuren.”
“Neee, ik heb het bewijs dat de lente écht is aangebroken!”
“Het bewijs? Hoe kan je de komst van de lente nou bewijzen?”
“Heel eenvoudig: ’s winters heb ik nooit last van haren op mijn benen; die groeien altijd pas weer in de lente aan. Maar moet je ze nou zien: bóssen gewoon!”

 

 

Herfst-collectief

[In de vrouwen sauna]
“Dus je gaat niet langer naar de gemengde sauna?”
“Nee, ik heb er geen zin meer in.”
“Hoezo, ben je soms lastig gevallen door een man?”
“Nee, dat niet. Maar laatst kwam er zo’n hele groep Chinezen binnen. Je weet wel, die doen toch alles collectief?”
“Ja en?”
“Nou, toen kreeg ik zúlke heftige associaties met een herfsttafereeltje”.
“Een herfsttafereeltje?”
“Ja, je weet wel: stukje mos met in ‘t midden zo’n paddestoelendopje – en dat dan in tienvoud.”

‘Ellek nadeel hep se voordeel’

Count your blessings
[in de Espressobar]
“Vergis ik me nou, of wordt jouw haar dunner?”
“Oh kind schei uit, het is gewoon hopeloos! Sinds de overgang heb ik niet alleen dunner, maar ook steeds minder haar! Bij bosjes valt het uit…”
“Ojee… Zou dat ook mijn voorland zijn?”
“Zou kunnen. Maar ach, je moet maar denken: ‘ellek nadeel hep se voordeel’.”
“Hoe bedoel je?”
“Nou, ik gebruik nu véél minder shampoo dan voorheen!”
[Gepubliceerd in Trouw op vrij 27 maart 2014]

Drinken
[Bij een Turks eetcafé]
“Eén cappuccino alstublieft”.
“Hier opeten of meenemen?”
“Nou, eten gaat een beetje moeilijk hè? Ik drink ‘m liever op!”
“Niet opeten? Meenemen?”
“Eeh…. Doet u maar ‘hier opeten’.”

[Gepubliceerd in Trouw op 22-01-2014 als ‘opgetekend gesprek’  

Dikke lip

Leedvermaak of zelfspot?
Mijn twee kinderen hebben een Surinaamse vader en zijn trots op hun roots. Als puber hadden ze regelmatig vriendjes te logeren, van heinde en verre. Dit keer was het Edgar, gabbertje uit Groningen, en witter dan wit. Maar stoeien kon-ie, die Edgar! Zó goed zelfs dat hij op zondagochtend met zijn mond tegen de tafel sloeg. Dikke lip, je zág ‘m zwellen.  Zegt mijn oudste: “kijk mama, nu hebben we nóg een nigger in huis!”          

Partners
[Op het metro-perron]
‘Weet je, ik heb  een droom…”
“I HAVE A DREAM!”
“Ja, doe maar lollig. Nee luister: Rutte gaat toch naar de Olympische Spelen in Sotsji?”
“Ja?”
“Nou, en hij is toch vrijgezel?”
“Hmm?”
“Wat mij nou geweldig lijkt hè, dat als hij dan terugkomt, dat hij dan ineens -pats boem-  het Nederlandse volk  aan zijn nieuwe partner voorstelt.”
“Zijn nieuwe partner!”
“Ja, en dat het dan een man blijkt te zijn. Hahaha, wat zal die Poetin op zijn neus kijken!”
[Gepubliceerd in Trouw op 4 februari 2014 als ‘opgetekend gesprek’]

Comments are closed.