Gezondheidszorg op hol?

“Ach ja, wij doen gewoon maar wat hè?” Met een sarcastisch lachje beent de verpleegkundige zogenaamd luchtig de zaal weer af.

Gezondheid is innerlijke vredeVoor het eerst sinds 50 jaar lig ik weer ‘s in een ziekenhuis. Er is veel veranderd. Wat ik destijds ervoer als rust en liefdevolle aandacht, heeft plaats gemaakt voor stress en de vermeende efficiency van protocollair gedrag. Vermeend, zeg ik, want de regels tellen zwaarder dan het nut in de praktijk. Zo krijg ik mijn antibiotica toegediend bij de lunch, hoewel ik thuis in de bijsluiter heb gelezen dat je dit medicijn pas twee uur ná het eten mag innemen, wil je voorkomen dat het aantal bacteriën juist groeit. Verpleegkundigen worden echter niet geacht, bijsluiters te lezen. Dat is de taak van de dokter. En de dienstdoende zusters hebben nu eenmaal hun vaste tijden voor het uitdelen van welk geneesmiddel dan ook. “Het lijkt me wel een punt van aandacht”, opper ik voorzichtig, “anders schiet het zijn doel toch voorbij?” Maar doel en middel, dat is volgens de normen van het management één pot nat. Daar kan geen lieve –of beledigde- verpleegkundige tegenop.

Geen tijd
Ik lig alleen op een zaal voor zes. Lekker rustig. Desondanks maakt het personeel de indruk, eigenlijk geen tijd voor mij te hebben – laat staan trek in mij. In het ochtendgloren komen twee vrouwen in wit de zaal op. “Gatverdamme!” gaapt de één, aan haar uniform te zien een ‘zuster’. “ik heb helemaal geen zin vandaag! Voel me hondsberoerd, heb vast een griep onder de leden. En ook nog een kater!” “Nou, dát gaat tenminste weer over!” kaatst de keukenhulp naast haar etenskar terug. “Mij hebben ze vanmorgen uit bed gebeld, hoewel ik officieel nog ziek ben! Moet ik met mijn gekneusde heup nota bene alle zalen langs!”

Het is of ze mij niet zien liggen. Ik voel me opgelaten. En beschaamd, zo als sta-in-de-weg in hun bestaan. Een collega van de zieke(n)zuster rolt een bloeddrukmeter naar binnen. Zonder groet bevestigt ze de band om mijn arm, zet het apparaat aan en verdwijnt weer richting gang. De pomp vult zich vanzelf met lucht, knelt af en loopt weer leeg. Ik bereken dat het op en neer lopen van de verpleegkundige haar meer tijd kost dan de tien seconden die deze automatische handeling sec in beslag neemt. Ze komt niet terug. Ik lig er onhandig bij en verwijder na 10 minuten de band. Een half uur later duikt de dame weer op. “Wat heeft u nou gedaan?” roept ze ontzet. “De bloeddrukmeter was klaar”, leg ik uit. Maar nu is zij de controle kwijt; als patiënt word ik niet geacht, zelf ergens over te beslissen. Geagiteerd wil ze de handeling herhalen, tot ze ziet dat het apparaat de waarden -uiteraard- heeft opgeslagen. “120 over 80”, zegt ze bits. Dat zou inmiddels zeker 60 punten méér zijn, denk ik bij mezelf.

Tsunami
De keukenhulp loopt inderdaad zwaar te hinken op één been. Ik heb met haar te doen, vraag haar hoe het nu gaat met de pijn. Een tsunami aan frustraties wordt over mij uitgestort. Ik hoor haar verhaal knikkend aan. En vanaf dat moment kan ik niet meer stuk in haar ogen. De daarop volgende dagen word ik bedolven onder haar liefde, hartelijkheid, extra toetjes en sappige mandarijntjes. Het doet me echt wat; ik voel me ineens stukken beter.
En gaat het daar niet om in de ‘gezondheidszorg’? Want gezondheid, dat is vooral een vorm van innerlijke vrede.

2 Reacties

  1. Annemarie Enters schreef:

    In België en Frankrijk zijn veel meer artsen per inwoners, dus hebben zij de tijd voor je. Of ik nu 5 minuten of drie kwartier bij een arts ben, je betaalt hetzelfde tarief. Moest laatst acuut naar het ziekenhuis. Tot mijn verbazing belde de huisarts naar het ziekenhuis om te vragen hoe het met mij ging. Zo ook mijn man, die na een operatie met een ruggeprik door de chirurg gevraagd werd zijn telefoonnummer te geven. De chirurg belde vanuit de operatiekamer om mij te zeggen dat de operatie geslaagd was….. De keren dat ik in België in een ziekenhuis lag, had ik een kamer alleen…. Mijn moeder lag op haar 95ste met drie kerels op een kamer in Bronovo. Als ze dat hier horen kijken ze mij aan os ik een sprookje vertel.

  2. Zeer mooi verwoord! Het lijkt wel alsof men tegenwoordig in de opleiding vergeet het personeel de essentiele liefde voor het werk in te prenten. Alles volgens het boekje, zo snel mogelijk en weg wezen, maar men vergeet de persoon, helaas.