Geheime tuinen – Het Paradijs van Rob Gans

(Gepubliceerd in volkstuindersblad De Federatie, sept. 2016)
De meeste volkstuinen op de Federatie zien er best leuk uit als je langs loopt; sommige zelfs schitterend. Maar op bepaalde plekken ontbreken de doorkijkjes, en kun je slechts gissen wat er achter de haag of dichte beplantingen schuilgaat.
Dankzij de Tuincommissie  kon de redactie onlangs een kijkje achter de schermen nemen, en… stuitte daarbij op een paar wel heel bijzondere tuinontwerpen. Zoals het ‘Paradijs’ van Rob Gans, aan de Bachuslaan 52.

Rob Gans bij zijn waterval.

Rob Gans bij zijn waterval.

Ontdekkingsreis
Als ik het zelf destijds niet met eigen ogen gezien had, zou ik nu niet geloven dat de tuin van Rob  slechts 12 jaar geleden, in 2004 dus, te koop stond als een veredeld stuk grasveld. Hoe is het mogelijk dat een dergelijk, fantasieloos lapje grond in die betrekkelijk korte tijd kon worden omgetoverd in zo’n spannend ‘verhaal’? Want een bezoek aan deze tuin is een soort ontdekkingsreis waar je op iedere meter wéér een kreet van verrassing slaakt vanwege alle uitbundige en creatieve combinaties van bloemen, planten en bossages. De menselijke hand die hier aan te pas gekomen is, móét wel geleid zijn door liefde voor- en kennis van de natuur.

Rob Gans (65 jaar, waarvan 24 jaar werkzaam geweest als medisch elektronicus bij Radiotherapie in het AVL en daarvoor 14 jaar bij de VU): ”Mijn ouders hadden ook een tuin op De Federatie, maar toen ze hem kochten was ik al achttien. De liefde voor tuinieren is vooral te danken geweest aan mijn oma. Zij woonde vlak bij ons,  in Oost, en toen ik nog heel klein was gaf ze me al een stukje grond in haar tuin. Daar mocht ik zelf plantjes voor uitkiezen en ze ook zelf verzorgen. Zo is voor mij de beleving van ‘het wonder’ ontstaan.”
Een wonder, dat in zijn ‘hof van heden’ letterlijk overweldigende vormen heeft aangenomen. De meest opvallende plant: een zogenaamde Gunnera, die hij destijds heeft ingegraven vlak voor de veranda met pergola, aan de rand van de vijver. De bladeren kunnen uiteindelijk wel een doorsnee van 2,5 meter krijgen. Op dit moment schat Rob ze op zo’n anderhalve meter per blad. “En dan te bedenken, dat ik hem destijds als een klein plantje cadeau heb gekregen!” zegt hij geamuseerd.

‘De liefde voor tuinieren heb ik te danken aan mijn oma’   

Toen Rob de tuin kocht, was Jan Draaijer zijn partner, en ook al kwam er een eind aan hun liefdesrelatie, de tuin onderhouden ze nog steeds allebei.  “Samen hebben we destijds meteen na aankoop een gedetailleerd ontwerpplan opgesteld. Ik wou graag een vijver, dus Jan sloeg aan het graven, en hij kreeg zó de smaak te pakken, dat hij maar blééf doorgraven, tot er een soort rivier ontstond , in een cirkel, van bij elkaar wel 20 meter lang! De uitgegraven grond hebben we gebruikt als ophoging, met daaronder een constructie van hout en folie, zodat we diverse ‘watervallen’ konden creëren.  Volgens ons moet alles wel 50 jaar goed blijven; het einde zullen wij niet meer meemaken, haha!”

Helder water
Het water is opvallend helder, er zitten kikkers in, salamanders, kleine visjes… Is dat schone water aan zijn twee pompen te danken? “Nee”, zegt Rob, “die pompen zijn er voor de watervallen – dus eigenlijk voor de ‘sier’. Het water is van zichzelf zo helder; dankzij de juiste beplantingen is alles in balans! Ik wist precies wat er in moest, had daar al ervaring mee en heb er ook nog het nodige over gelezen.”

Ieder deel van het jaar bloeit er iets anders. “We zitten nu in augustus, maar in het voorjaar komt alles het beste tot zijn recht. Dan bloeien hier in het water de witte en gele moeras-aronskelken, met daarachter het tafelblad, een heel bijzondere plant. Eerst komt er alleen een stengel, dan een roze bloem in trosjes, en vervolgens pas het blad! Verder staat er b.v. penningkruid en schout bij nacht, ook heel bijzonder.”
We maken een ronde door zijn tuin. Ik zie onder meer reuzehosta’s, een grote miscanthus met pluimen erin en daar achter winterharde bamboe. Een Japanse esdoorn, witte seringen… En veel, heel veel meer, maar helaas ben ik de namen alweer vergeten.

Het blad van de Gunnera kan een doorsnee van wel 2,5 meter krijgen

Het blad van de Gunnera kan een doorsnee van wel 2,5 meter krijgen

Mooier dan gedroomd
“Het ontwerp en de uitvoering hebben veel tijd gekost”, vertelt Rob, “maar toch was na het eerste seizoen de basis al gelegd! En het is mooier geworden dan ik ooit had durven dromen… Vrienden zijn vaak verbijsterd als ze hier voor het eerst op bezoek komen. Die hebben bij ‘een volkstuintje’ doorgaans een heel ander beeld voor ogen!”
Toch heeft Rob dit jaar minder tuinwerk verricht dan normaal. In de lente overleed totaal onverwacht zijn huidige partner Frans, nog geen 58 jaar oud. Dat heeft er flink ingehakt, temeer daar een jaar eerder ook Robs vader en enige broer kort na elkaar overleden. ”Ik ben nu letterlijk een wees”, zegt hij met een scheef lachje. En nee, geen kinderen.
Volkomen van slag besloot Rob daarom dit voorjaar, na acht jaar, het bestuur als secretaris te verlaten. Hij bracht het niet meer op. Alleen de website van De Federatie houdt hij nog bij; in zijn eigen tijd, als zijn pet er naar staat.

Gelukkig krijgt hij veel steun van Jan, zijn tuingenoot en ex. “We zijn altijd goede vrienden gebleven.” Desondanks zit Rob nog midden in het rouwproces – ja, vind je het gek! En omdat het ook nog eens een regenachtige flut-zomer was, is hij voor het eerst niet op de tuin gaan wonen dit jaar. “Normaal gesproken besteed ik, als dit mijn uitvalsbasis is, wel een paar uur per dag aan het bijhouden van alle beplanting. Nu dus minder. Overigens is deze tuin wel vrij makkelijk in het onderhoud; voor onkruid is er geen plaats! Het gaat vooral om ‘bijhouden’.
Ook over de constructie van het huisje zelf is hij tevreden. “Het zit gedegen in elkaar”. Alleen het dak moest twee jaar terug vernieuwd. En een nieuwe verfbeurt zou  ook geen overbodige luxe zijn. Maar eerst tot rust komen, daarna gaat hij er wel weer tegenaan. Een glimlach: “onkruid vergaat niet”.
Emma Veenstra

 

 

Comments are closed.