Een maand lang ja zeggen

Geïnspireerd door een facilitatorscursus bij Els Thissen (www.elsthissen.nl), besloot Carla Lagendijk (43) een maand lang op alles ‘ja’ te zeggen. ‘… En toen had mijn dochter Nikky dus ineens een piercing door haar navel.’

‘Mijn leven is altijd turbulent geweest. Geboren in Schiedam ben ik, na de scheiding van mijn ouders, samen met mijn moeder lange tijd als een ‘rolling stone’ van plek naar plek verhuisd. Mijn zusje bleef achter bij mijn vader. Pas toen mijn moeder een nieuwe man leerde kennen, volgde een periode van rust. We streken neer in Haaften. Ik was een jaar of twaalf en kreeg voor het eerst vriendinnen. En een eigen paard! Op de rug van dat paard heb ik mijn eerste ‘eenheidservaring’ gehad. Volkomen gelukkig.  

Op alle scholen gedroeg ik mij ‘lui’. Maar mijn intelligentie werd wel onderkend en op mijn 17de begon ik, op advies van de schooldirectrice, aan een opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige – als jongste leerling. Maar ik was al gewend, dat mensen hun problemen graag met mij bespraken. Snel volwassen hè. Op mijn werk zat ik bij de kortdurende behandelingen en opnames. Veel agressie meegemaakt – en veel gekkigheid!

Café De Preek
Later werd ik kasteleinsvrouw. Mijn toenmalige man, de vader van Nikky (nu 14), droomde van een eigen café. En ik heb die droom voor hem waargemaakt. Het werd ‘Café de Preek’ in Uden: een ruimte die we inrichtten met Jezusbeelden en een preekstoel als DJ-meubel. Prachtig! Een soort eigentijdse kerk. Ik had altijd al iets met Jezus, hoewel mijn ouders niet echt kerkelijk waren. Zelf las ik van jongs af aan alles wat los en vast zat op ‘spiritueel’ gebied.

Ons café was een soort eigentijdse kerk, prachtig!

Die kroeg liep al gauw als een trein. Maar toch…. Ik miste iets. Niet gelukkig en veel schuldgevoelens. Dus deed ik tussendoor een opleiding tot Reiki Master. Dat werd mijn redding qua leren voelen, maar het was pas een eerste stap. De klanten kwamen direct, via het café. En er was regelmatig sprake van spontane genezingen. Dus steeds meer werk.
‘s Nachts las ik, overdag bracht ik het geleerde in praktijk. Zoals de vier wijsheden van de Tolteken: vat niets persoonlijk op;  ga niet uit van veronderstellingen; wees onberispelijk in je woorden en doe altijd je beste best.

Geleidelijk aan merkte ik dat alles lichter werd, dat het ging stromen – ook bij ‘vervelende’ klanten. Maar ondanks die ruimte bleef het knagen, alsof er toch nog ‘iets’ ontbrak. Maar wát in godsnaam? In mijn wanhoop heb ik letterlijk staan schreeuwen: ‘God, geef mij gewoon een BOEK waarin de Waarheid staat!’ 

De volgende dag stuitte ik op Een Cursus in Wonderen. ‘Belachelijke titel’, dacht ik nog. Maar ik bleef lezen, midden in die winkel. Daar stond het, allemaal! En ik begreep: ‘de ruimte die ik ervaar, dat is gewoon de Heilige Geest!’

In het begin heb ik Jezus als afgodsbeeld wel nodig gehad

Uiteindelijk heb ik dankzij dat besef ook mijn beeld van Jezus kunnen bijstellen. Drong het tot mij door dat het gaat om de symboliek, meer dan om de ‘persoon’ Jezus – al heb ik Hem als afgodsbeeld in het begin wel nodig gehad.     

Stroomversnelling
‘Met de Cursus kwam alles in een stroomversnelling terecht – alweer! Ik stopte met het café, stopte met mijn relatie. Verhuisde. En… zat ineens zonder werk. Maar toen ik het piekeren daarover losliet, kreeg ik prompt ‘vanuit het niets’ een baan aangeboden! Sindsdien werk ik als ambulant begeleidster van mensen met NAH: Niet Aangeboren Hersenletsel. En ook dit past precies in mijn proces. Want mensen die, PATS!, in heel korte tijd van alles voor de kiezen krijgen, belanden versneld in een transformatieproces. En dan werken de traditionele protocollen niet langer. Geen mens, geen hersenpan is immers gelijk. En dit zijn allemaal heel bijzondere mensen, die een heel bijzondere aanpak verdienen; die gezien willen worden in hun heelheid. 

‘Het was soms best even puzzelen. Moest ik nu ja zeggen tegen mijzelf of tegen anderen?’

De suggestie van Els Thissen om het leven uitsluitend vanuit een ja te verwelkomen, daagde mij onmiddellijk uit. “Kan ik dat?” vroeg ik mij af. Ik besloot het uit te proberen, overigens zonder er vooraf over te praten, want ik wilde welles-nietes-discussies voorkomen en  eventueel ‘misbruik’ bij voorbaat tegengaan. 

In eerste instantie kreeg ik veel geld-verzoekjes. Nou, oké…. Soms was het best even puzzelen, wanneer  ik nu precies ‘ja’ moest zeggen. Tegen mijzelf of tegen anderen? Alleen die vraag maakte mij al bewuster.

Roken
Neem nou het roken. Ik rookte best flink, maar vanaf nu
mocht ik dat ook van mijzelf; ik zou er geen probleem meer van maken. Juist daardoor werd ik mij bewust van wat ik deed. En… eigenlijk was het helemaal niet lekker! Trouwens, op welke momenten rookte ik? Als ik me niet zo top voelde. En loste dat iets op? Niks! Daarom besloot ik in tweede instantie, ja te zeggen tegen het stoppen ermee inclusief de gevoelens die dat teweeg bracht. Af en toe best lastig hoor, maar het dilemma, de strijd was in elk geval weg. En voor moeilijke momenten kocht ik zo’n e-sigaret. 

Nu rook ik helemaal geen sigaretten meer. Wel één tot twee sigaartjes, verdeeld over de dag. Dat vind ik heerlijk en dat mag ik van mijzelf. 

Ik heb ook ja gezegd tegen mijn eigen ouwehoeren

Ik heb ook ja gezegd tegen mijn eigen ouwehoeren. Ik kwam terug van een feestje en dacht: ‘Ik heb weer veel te veel gepraat, wat zullen de mensen wel niet denken? Maar toen zei ik tegen mezelf: ‘Carla, geen schuldgevoelens achteraf. Dit ben jij’. En wat denk je? Krijg ik een sms’je binnen: ‘wat was het weer rete-gezellig met jou!’ Hahaha, het universum reageert echt onmiddellijk!

Ik heb me trouwens ook ongeremd in allerlei feestjes gestort. Op alles ja gezegd, óók tegen de drank en tegen grensoverschrijdende, seksuele opmerkingen en gedrag. Ik heb zelfs uit volle borst meegezongen met André Hazes! Hand in hand met een 24-jarige jongen naar een vuurwerkshow gekeken, en intens genoten van alle innige banden die ontstonden met al die vermeend ‘vreemde’ mensen. Best moeilijk trouwens, om daarna weer alleen thuis te komen. Maar wat lag daar op de mat? ‘Van Hart tot Hart’, met als titel: Dit is precies wat het moet zijn. Ik zei het al: toeval bestaat niet. 

‘Ja zeggen kan ook betekenen: het verwelkomen van je eigen ziek zijn’

‘Ja zeggen kan ook betekenen: het verwelkomen van je eigen ziek zijn. Ik was uitgerekend in die ja-maand helemaal niet lekker, en normaal zie ik dat als the living hell. Maar nu was het zaak, ook die gevoelens te aanvaarden. En ik heb letterlijk aan den lijve ondervonden dat het klopt wat er in de cursus staat: ‘Jij bent niet dit lichaam’. Ik ontdekte dat mijn stemming niet onder mijn lichaam hoefde te lijden; ik was de toeschouwer die signaleerde, maar ik was niet ‘die pijn’.

Oh, en dan die navelpiercing van mijn dochter! Ik was fel tegen, betoogde: ‘nee, daar zit je chakra, daar moet je niet áán zitten!’ Ik vond het echt eng! Maar toen ik de kamer uitliep dacht ik: ‘Je zit toch in je ja-periode?’ Dus hup, terug: ‘Nikky, ik vind het niet prettig maar ik respecteer je wens. En verder wil ik er niks mee te maken hebben’.

Met haar vader heeft ze toen die piercing laten aanbrengen. En… ze is er dolgelukkig mee. Loopt in korte, blote truitjes te paraderen, samen met een vriendin die ook zo’n piercing heeft. Is de koning te rijk. En ik? Ik voel geen enkel verzet, nog steeds niet.

‘Blikjes bier en huh huh huh! roepen’

‘Maaskantje spelen’
Het eerste verzoek van mijn dochter was trouwens: samen met haar vrienden ‘Maaskantje spelen’, à la de film ‘New Turbo Kids’. Ken je die? Over een groep foute hangjongeren –verrekte mongolúh!- uit Noord Brabant. Zó grof dat het weer leuk wordt; een soort Flodder-variant.  Nou, en dat ‘Maaskantje spelen’ wilden ze nota bene doen in mijn zwarte BMW, in mijn symbool van vrijheid, mijn grote liefde, die ik bij stress altijd sta op te poetsen als een diamant. Ze wilden met bierblikjes uit het raam hangen en ‘huh huh huh!’ roepen, en dat dan zelf op film zetten. Eerst dacht ik: ‘shit, nee!’, toen weer: ‘oeps, ja!’, en wij dus met z’n allen naar het industrieterrein. We hebben alles opgenomen – en een LOL gehad! Niet te geloven. Daarna heb ik een doekje gepakt, de boel weer schoon gemaakt en gedacht: ‘waar heb ik me nou zo druk om gemaakt?’ Heel bevrijdend…

‘Tenslotte raakte ik toch weer in een turbulente situatie verzeild. Dat had te maken met een cliënt die ruim vier jaar geleden een hersenbloeding had opgelopen. Hij wilde zelfstandig blijven wonen, maar de omgeving zag dat anders. Toen vroeg hij mij om hulp en… ik kreeg het voor mekaar, zijn wens te vervullen. Waarmee ik dus expliciet partij koos, tegen de wens van zijn kinderen in.

Psychose
Hij wilde nog graag een keer op reis, en ook dat wist ik te regelen via zo’n ‘zorgreis’: een buitenlandse tripje op de boot. Aan boord kreeg hij echter een forse psychose en liep zo extra hersenschade op. ‘Zorgland Nederland’ heeft hem uiteindelijk in een rolstoel voor zijn deur gedumpt, zonder sleutel of wat ook.  Vanaf die plek belde hij mij. Maar ik kon en mocht hem vanwege de nieuw ontstane situatie niet meer helpen en dat heb ik hem ook eerlijk verteld. Berustend zei hij: ‘dan is dit einde verhaal’. En hij is opgenomen, dit keer voorgoed.

Zijn kinderen waren boos vanwege alle gebeurtenissen, en betrokken mijn baas er bij – aan wie ik deze geweldige baan te danken heb, en die ook in andere opzichten vaak een Leermeester voor mij is geweest. Heel vervelend dus, en ik verviel in oud gedrag: mijzelf verdedigen! Want ik voelde mij verschrikkelijk schuldig. Kreeg nachtmerries, die me ook overdag achtervolgden. De slopende gedachte: ‘ik heb iets he-le-maal verkeerd gedaan en dat heb ik verstopt.  Maar wát? En waar? Als een razernij ging ik mijn denkgeest langs, maar ik kon niks vinden. In mijn droom zag ik een boot zinken, pal voor mijn ogen, zonder dat ik die mensen kon redden, en vanaf de aanlegsteiger riep ik in wanhoop uit: “Help mij, wat heb ik toch fout gedaan?’ En toen hoorde ik die stem… ‘Jij hebt helemaal NIKS verkeerd gedaan!’ En ik begon me toch te huilen, te huilen, te huilen… ’s nachts en ook de hele dag door. Ai, nu begin ik weer! -Oh, jij ook al? Hahaha!

 Verlossing
‘Ja, en toen kwam de bevrijding hè, de verlossing van dat eeuwige schuldgevoel, waardoor ik ook veel te vaak in relaties ben blijven hangen. Het was echt het Toetje van die Maand: zonder oordeel naar mijzelf kunnen kijken. De finishing touch, waardoor ik alles los kon laten: niet alleen het feit, dat mijn cliënt nu toch zijn zelfstandigheid kwijt was, maar ook mijn verzet tegen de kritiek van mijn baas. Ik zei heel rustig tegen hem: ‘je hebt volkomen gelijk’. Zonder ironie. Want vanuit zijn perspectief  hád hij ook gelijk. En het gekke is: alles keerde zich in positieve zin; met mijn baas én met die kinderen. In de training van Els Thissen heb ik geleerd, dat een facilitator geen partij kiest. Het ja zeggen heeft me duidelijk gemaakt waarom.

‘De leiding uit handen geven, dat is óók ja zeggen. Je kan al die dingen wel lezen, maar dat is toch iets anders dan de ervaring zelf. Alleen dát is de uiteindelijke ‘bewijsvoering’.  En ik heb tot in mijn botten gevoeld: ik ben niet alleen. En ik hoef niets te doen’.
Emma Veenstra

[Gepubliceerd in …van hart tot hart… mei 2014, nr. 2]


 

Comments are closed.