Cola

“Honger!” zei de Antilliaanse man in het Bijlmer winkelcentrum. Hij keek me vlak aan. Toevallig had ik ook best trek. “Zullen we naar Mc Donalds gaan?” stelde ik voor. Hij knikte stug en daar gingen we richting fastfood: hij rijzig, op blote slippers in een lange slobbertrui, ik klein en toevallig chic verpakt in een namaakbontje. Het was een koude winterdag.

Voor de deur zei slobbermans: “’k heet Cola”. Nog voor we de drempel over waren, vloog de filiaalmanager op ons af. “Wat had ik je nou gezegd?” snauwde hij naar mijn metgezel. “Jij mág hier helemaal niet komen!” “Mah… ik beh meddeeze dame,” weersprak Cola, en wees plotseling met een zwierig, bijna koninklijk gebaar in mijn richting. Ik knikte maar eens majestueus.  En zowaar, we mochten er in.

Dat was 15 jaar geleden. Geruime tijd later gaf ik mij op voor een salsa-cursus in het buurthuis. Om te oefenen mochten we na de les ‘vrij dansen’. En wie dook daar plotseling uit het half duister op? Cola. In een fris, wit overhemd met stropdas en een roodfluwelen broek. Half eerbiedig, half schertsend bood hij mij zijn hand. We dansten. En hoe! Zelden had ik iemand getroffen die zo goed wist te sturen, te draaien en… ja, zo ritmisch wist te ‘verleiden’. Af en toe keek ik schuin omhoog, naar het gezicht boven die lange gestalte. Het was ‘m, onmiskenbaar, maar het was ‘m ook weer niet. “Die is van de dope af”, wist ik direct.  En wat een prachtige man eigenlijk! Ik voelde zijn tanige spieren dwars door het overhemd spannen; zijn subtiel leidende hand zacht en warm op mijn middel rusten. Hmmm…

Klankenspel
Hij leek me, behalve onvermoeibaar, nog wel steeds zwijgzaam. Tot we even uitrustten aan een tafeltje. Toen barstte hij los, opgetogen, met een ontwapenend blik. Even dacht ik dat hij dronken moest zijn. Maar nee, hij nam alleen cola. Zijn schorre stem was echter amper te verstaan, eerder een onbeholpen uitstoot van klanken. Af en toe ving ik iets op… Sprak hij nou Hollands of Papiamentu? “Hambuh, hambuh…” Oh! Hij herinnerde zich zeker die scène bij McDonalds? En toen: “Agwa, waduh… máh barado cola!”  Eeh… water goedkoper dan cola?
Ik liet hem maar praten. Het was duidelijk aardig bedoeld, zij het qua inhoud niet adembenemend, ook niet toen ik gewend raakte aan zijn klankenspel. Maar tegen zijn dansen zei ik geen nee – zolang we niet te veel pauzes namen.

Zo bleven we elkaar af en toe tegenkomen, altijd in het salsa-circuit.
Na geruime tijd vernam ik via via, dat bij Cola’s geboorte zijn tong was vergroeid en dat ze die los hadden moeten snijden. Dat was niet helemaal goed gegaan. “Maar zijn complexen heeft hij aardig overwonnen.”
Daar kon ik van meepraten! Toen op een avond de muziek uitviel, had hij mij tot middernacht vergast op een verhaal, waarvan de kern mij tot op heden ontgaan is. Maar ik vergaf het hem. En hij gaf mij een cola.

Vorige zomer bleek hij zich te hebben verhuurd voor een klusje in mijn buurt. Hij herkende mijn bus zodra ik parkeerde en vlóóg naar buiten. Stralend: “hallooooh!!” Het besef sloeg in als een mokerslag: “Die man houdt gewoon van mij!” Ineens glipte er een rare, diepe ontroering naar binnen. Slik slik, weg ermee! Voor het eerst was ik bijna dankbaar voor zijn blofuh en zijn wibela, de knubbe en de dwo.

Visitekaartje
Niet veel later werd er, net tijdens de meditatie van mijn Attitudinal Healing groep, dringend aangebeld. Daar stond hij voor de deur, met zijn fiets. “Ik hebbe gevonduh!” juichte hij. Ik wou hem niet afwijzen, maar ook niet binnenlaten. Dus gaf ik hem mijn visitekaartje, inclusief foto. “Dan heb je al mijn gegevens”. Blij vertrok hij, no hard feelings.
Kort daarop belde mijn zoon. “Met wie ga jij in Godsnaam om?” riep hij verbijsterd. Cola had hem in het winkelcentrum aangesproken en trots mijn kaartje laten zien. “Jouw moeder, mijn vriendin!” had hij publiekelijk geroepen en mijn zoon, omringd door vrienden, was door de grond gezakt.
“Het is een hele lieve man!” weersprak ik ferm. Ik was niet van plan me te schamen. Integendeel. Ineens besefte ik, dat niemand mij ooit eerder zó voluit gewaardeerd had. En dat ik dat gevoel koesterde.
Laatst kwam ik hem weer tegen op een salsa-festival. Cola, dierbare vriend. We hebben gedanst tot we sterretjes zagen. ●
Emma Veenstra

[ …Van Hart tot Hart… Nr. 4,  november 2013]

Comments are closed.